Taekwon-Do | Hapki-Do | Hanki-Do | Hankum-Do
 
   

 

Theorie van Hap

Het betekent " de harmonie van lichaam, geest, omgeving en techniek". Er bestaan verschillende theorieën over dit begrip omdat het zich niet rechtstreeks in het Nederlands laat vertalen. Het is hierbij de bedoeling dat lichaam en geest één worden. Ze zullen dan als een geheel functioneren en niet meer apart. In bepaalde situaties kan je door een juiste harmonie sneller reageren met technieken in en op een bepaalde situatie of omgeving. Hierbij sla je het "denken" (bijvoorbeeld: wat moet ik doen) over doordat geest en lichaam reeds op elkaar afgestemd zijn.

In de eerste fase moet men harmonie vinden met zichzelf. Heeft men dit bereikt, dan moet men proberen harmonie te vinden met de tegenstander. Hiermee wordt bedoeld dat men goed leert inschatten hoe de opponent zal reageren.
Een oud verhaal waarmee de betekenis van "Hap" wordt uitgelegd luidt als volgt …….

Een beruchte dief ontsnapte uit de gevangenis. Op zijn vlucht kwam hij een houthakker tegen. Deze herkende de dief direct. De gedachte om de dief te doden en zijn hoofd mee te nemen de politie speelde door zijn hoofd. De grote beloning die hij zou ontvangen, maakte werken voor de rest van leven overbodig. De dief, die er in getraind was gedachten van anderen te lezen, zei: "Je denkt er aan mij te doden op dit moment".

De houthakker was zo overdonderd dat hij niet wist wat hij moest doen, dus begon hij maar weer in de boom te hakken. De dief vertelde hem weer wat hij dacht: "Je hebt het opgegeven om mij te vermoorden omdat je weet dat ik je gedachten kan lezen". De houthakker was weer overdonderd en ging weer vlug verder hakken. De dief begon de houthakker uit te lachen en de houthakker gooide spontaan zijn bijl in het hoofd van de dief.

De dief leefde evenwel nog net lang genoeg om de vraag te kunnen stellen: "Waarom was ik niet in staat om je gedachten te lezen en daardoor te weten dat je een bijl in mijn hoofd zou gooien?".

Het antwoord van de houthakker op die vraag was vrij simpel. De houthakker had zo lang met zijn bijl gewerkt, dat deze een deel van hemzelf was geworden. De harmonie tussen

zijn geest, lichaam en bijl had zich zover ontwikkeld dat het niet nodig was om te denken. De houthakker was in staat om zijn bijl naar de dief te gooien terwijl hij in een boom stond te hakken. De dief kon de gedachte dus niet lezen omdat de gedachte pas na de actie kwam.