Taekwon-Do | Hapki-Do | Hanki-Do | Hankum-Do
 
   

 

HET BEGIN

De vroegste sporen van de Koreaanse vechtkunst gaan terug tot 2333 voor het begin van onze jaartelling. Dit was het begin van het "Ko Cho Sun" koninkrijk. De bevolking was grotendeels verdeeld in stammen die zich moesten beschermen tegen aanvallen van buitenaf. De jeugdige soldaten kregen dan ook les in de volgende gevechtstechnieken:

· daligi rennen
· dunjiki werpen
· jileuki slagtechnieken
· balchagi traptechnieken
· sooyoung zwemmen
· dolka (steen) mestechnieken
· doldunjiki steenwerpen
· moraisol zandwerpen
· mokbongsool stoktechnieken

In een later stadium, naarmate de bevolking zich verder ontwikkelde, werden hier andere (gevechts)trainingen aan toegevoegd. Enkele voorbeelden hiervan zijn boogschieten, paardrijden en zwaardvechten, maar ook het jagen, vissen en militaire strategie behoorden hiertoe.

DE DRIE KONINKRIJKEN
In de laatste eeuw voor het begin van onze jaartelling ontstonden drie koninkrijken; Koguryo, Silla en Paikche.
Deze drie verkeerden regelmatig in oorlog. In het jaar 688 slaagde Silla er in de 3 rijken samen te voegen tot één koninkrijk. Nu er geen dreiging meer was, verwaterde de militaire macht in Silla. Hierdoor wisten twee generaals in 918 de macht over te nemen en stichtten ze een nieuw koninkrijk. Dit kreeg de naam "Koryo"; uit deze naam is later ook de westerse naam Korea ontstaan.
Ook in Korea stoot een ezel zich niet tweemaal aan dezelfde steen; dus zorgden de volgende koningen steeds voor een goed militair systeem. Zo lieten de koningen, huwelijken ontstaan tussen leden van enerzijds politiek en anderzijds militair invloedrijke families, hetgeen een positieve invloed had op de verstand- houding. Dit duurde voort tot koning Ye-jong aan de macht kwam. Deze gaf meer om dames en feestjes dan om een evenwichtig staatsbestel, wat in 1170 resulteerde in een machtsovername door generaal Lee Eui-min. Vanaf die tijd werden ieder jaar, in de maand mei, nationale martial arts kampioenschappen georganiseerd. Nieuwe koningen kwamen

weer aan de macht tot in 1395 weer een generaal; Lee Sung-kei, de macht overnam en de naam "Koryo koninkrijk" veranderde in de naam "Lee koninkrijk". Gedurende bijna tweehonderd jaar heerste er vrede en stond de "Martial Art" op een laag pitje. Dit veranderde in 1592 toen de Japanners het "Lee koninkrijk" aanvielen. Gedurende de 7-jarige oorlog bloeide de "Martial Art" weer helemaal op en werd er weer volop getraind. Na deze oorlog werd de militaire macht, als gevolg van de Japanse militaire dreiging, gereorganiseerd.

GESCHIEDENIS HAPKIDO NA 1945
Vanaf de tweede wereldoorlog maakte de vechtsport in Korea een bloeiende ontwikkeling door. Teneinde de historie van de Koreaanse vechtsport (Korean Martial Arts) te onderkennen, is het nuttig iets van de Koreaanse cultuur te begrijpen daar deze vechtsport zowel een afspiegeling, als een geïntegreerd onderdeel van de Koreaanse cultuur is. Als men bijvoorbeeld een Zen-monnik wil worden, dient men zich aan te sluiten bij een bepaald klooster (tempel) en start men als novice (leerling monnik) voor een proefperiode. De abt wijst vervolgens de eerste leraar aan. Onder begeleiding van zijn eerste leraar, bereikt de novice een bepaald niveau. Gaandeweg de leerperiode beslist de leraar over het vervolg en kan hem aanbevelen bij een tweede leraar van een ander klooster.

Na een aantal jaren van leren en oefenen is het de novice toegestaan om een reizende monnik te worden met als doel tijdens het reizen levenservaring op te doen en meerdere leraren te ontmoeten. Na het reizen wordt de novice een ervaren monnik en vestigt zich in een klooster (tempel). Als de monnik ouder wordt, laat hij al zijn leraren de revue passeren, kiest hieruit degene die hij het beste vindt en noemt zich vervolgens student van deze leraar.

Deze vorm van traditie vindt men ook terug in de kringen van oude vechtsport. Een leerling kan onderwezen worden door verschillende leraren. Na les gekregen te hebben van verschillende leraren, kiest hij degene die als beste heeft ervaren en noemt zichzelf student van deze leraar.

Het tweede niet onbelangrijke aspect van de Koreaanse cultuur is de verbondenheid met de Oosterse cultuur. Geografisch gezien ligt Korea tussen China en Japan en heeft het jaren als brug tussen deze landen gefungeerd.

Japanse cultuur vond een weg naar China via Korea; Chinese cultuur op dezelfde wijze een weg naar Japan en de Koreaanse cultuur vond haar weg naar zowel Japan als China. Deze uitwisseling van cultuur vond zowel in tijden van oorlog als van vrede plaats.

Een en ander had tot gevolg dat de originele Koreaanse cultuur werd omgevormd tot een nieuwe "tweede Koreaanse cultuur". Generaties later was er, door diverse andere invloeden, sprake van een derde Koreaanse cultuur.
Dit gehele proces van cultuurveranderingen en daarbij behorende nieuwe ontwikkelingen is ook terug te vinden in de historie van de vechtsport. De traditionele Koreaanse vechtsport werd beïnvloed door de Chinese en Japanse vechtsporten en ontwikkelde zich hierdoor tot een nieuwe vorm van "Korean Martial Arts". Generaties later werd de Koreaanse vechtsport opnieuw beïnvloed door Chinese en Japanse vormen en las gevolg hiervan ontstond dus een nieuwe vorm. Overigens ondergingen zowel de Chinese als de Japanse vechtsport een vergelijkbare evolutie.

De derde factor die belangrijk is om de Koreaanse vechtsport te begrijpen is de draagwijdte van de Koreaanse vechtsport.

Koreaanse vechtsport is op te delen in drie categorieën:

1. Beide tegenstanders ongewapend

2. Ongewapende tegen gewapende tegenstander

3. Beide tegenstanders gewapend

Technisch gezien zijn er eveneens drie deelgebieden in de Koreaanse vechtsport:

1. Kwan Jul Ki Bup

Combinatie draaien, werpen, vasthouden, stoppen en versperren

2. Dang Shin Ki Bup
Slag stoot en trap

3. Moo ki Sool
Kort zwaard, lang zwaard, korte stok, lange stok, pijp, lans, touw, steenworp, mesworp

Gelijktijdig kan de historie van de Koreaanse vechtsport in drie verschillende stadia verdeeld worden.

Het eerste stadium bevat informatie over het onderricht van Choi Yong-sool aan Suh Bok-sub in 1947 tot de oprichting van de zgn. "Korea Kido Association" in 1963. Tijdens deze periode werd de nadruk gelegd op de oprichting van Kwan (dojang) en persoonlijke geschiedenis.
Het tweede stadium beslaat 1963 tot 1992. In deze periode lag de nadruk op de activiteiten en ontplooiing van de associates.
De derde periode behandelt de Hapkido geschiedenis in de Verenigde Staten; qua aantal beoefenaren nemen de VS, na Korea, de tweede plaats in.

Myung Jae-nam
Myung Jae-nam richtte in 1969 "Han Kuk Hapki Hoe" (Korea Hapki Association) op. Hij is een tweede generatie beoefenaar; leerling van Ji Han-jae en een van de briljantste "masters" in Korea. Hij beschouwt Hapkido als een kunst, een kunst van zelfverdediging, een kunst van traditionele dans en kunst van helen en gezondheid. Myung Jae-nam bezocht het hoofdkwartier van de Japanse Aikido federatie. Dit had tot gevolg dat er een overeenkomst kwam om technieken uit te wisselen tussen beide organisaties. Hij werd tevens president van de World Aikido Federation in Korea. In 1973 ging hij, samen met groeperingen rond
Ji Han-nae en Kim Moo-woong, op in een organisatie genaamd "Dae Han Min Kuk Hapkido" (Republic of Korea Hapkido Association). Hij verliet zijn association in 1983 en vormde toen de International Hapkido Federation. Hoofdkwartier en federatie-dojang zijn beide gevestigd in Inchon City (Seoel).
De I.H.F. is een van drie vechtsport associaties met een erkenning van de overheid om zwarte band certificaten in Hapkido te verstrekken. De ander twee zijn de Korea Kido Association en de Korea Hapkido Association.
Rekruten van de Nationale Politie, afdeling Politie (krijgskunde) dienen tenminste te beschikken over een zwarte band, verleend door een van drie genoemde, gecertificeerde, organisaties.